Alexandrium: Van woonmall naar ontmoetingsplek
Tijdens de viering van het 25-jarig bestaan van Woonmall Alexandrium viel iets op. In de hal stonden activiteiten, er was muziek, een kapper, en bezoekers die bleven hangen. Het voelde even als een dorpsplein: levendig, warm, en meer dan alleen een plek om te shoppen.
Die indruk leidde binnen het bestuur en onder ondernemers tot een bredere vraag: kon de woonmall meer zijn dan een prachtig ontworpen gebouw met woonwinkels? Het werd het startpunt van een traject dat, samen met ondernemers, eigenaren, de gemeente Rotterdam en het programma Vitale Kerngebieden, opnieuw verkent welke rol Alexandrium in de stad kan vervullen.

Breedveld is dertien jaar horecaondernemer in het atrium en inmiddels bestuursvoorzitter van de Vereniging van Gebruikers. “We zijn hier met een unieke mix aan ondernemers,” zegt hij. “Maar uniek blijf je alleen als je meebeweegt. En dat kan alleen als je het samen doet.”
Een woonmall met vele stemmen
Waar veel winkelgebieden één eigenaar kennen, kent Alexandrium er meer. “Dat maakt het spannend,” lacht Breedveld. “Je moet iedereen meekrijgen. Maar als we samen besluiten dat we linksaf gaan, gáán we ook echt linksaf. Breed gedragen, met overtuiging.”
De woonmall werd daarom al vroeg gezien als een plek waar samenwerking cruciaal is, zowel tussen ondernemers en eigenaren als met de overheid. Dat maakte het ook logisch dat het gebied is aangewezen als vitaal kerngebied.
“De lijnen met de gemeente waren tijdens corona al kort,” zegt Breedveld. “In de vernieuwing hebben we dat verder uitgebouwd. De gemeente dacht mee, keek mee en hielp ons versnellen waar dat nodig was.”
Met steun van Vitale Kerngebieden kon de woonmall een stap zetten die anders moeilijker was geweest. “Dankzij die subsidie konden we hoger inzetten en sneller schakelen. Dat maakte echt verschil.”
De hal die begon te leven
De nieuwe groene hal met echte bomen, warme beplanting en een rustiger, zachter gevoel, is het meest zichtbare resultaat. Maar volgens Breedveld is het vooral een symbool voor iets groters.
“Het groen is geen doel, het is een middel,” zegt hij. “Het gaat erom dat bezoekers zich prettig voelen. Dat je merkt dat mensen even blijven zitten, dat er ruimte ontstaat voor ontmoeting. Dat hoort bij een vitaal kerngebied.”
Bezoekers reageren enthousiast. Het voelt anders, zeggen ze. Warmer. Minder steriel. Meer als een plek waar je wil blijven.

Ruimte voor meer dan alleen shoppen
Toch gaat de ontwikkeling veel verder dan de hal alleen. Breedveld ziet dat Woonmall Alexandrium stap voor stap een bredere rol krijgt in de stad.
“We merken dat de woonmall steeds meer een plek wordt waar ook andere dingen kunnen gebeuren,” zegt hij. “Concerten, studentenprojecten, samenwerking met opleidingen, muziek in het weekend. Zo’n plek verrijkt niet alleen het aanbod, maar ook de sfeer.”
Samenwerkingen met Rotterdamse instellingen spelen daarin een grote rol. Met het HMC is al jaren een vaste samenwerking rond meubelontwerp. Met Hogeschool Rotterdam en Willem de Kooning Academie werd gewerkt aan toekomstscenario’s en entreebeleving. En volgen gesprekken met het conservatorium om live muziek verder uit te breiden.
“Het kost tijd,” zegt Breedveld eerlijk. “Maar het brengt een nieuwe energie in het centrum. Het maakt het menselijker, warmer, meer verbonden met de stad.”
Leren van dertig jaar woonmall
Dat Alexandrium al 29 jaar volledig gevuld is, van keuken tot slaapkamer, van topsegment tot toegankelijker merken, is volgens Breedveld geen vanzelfsprekendheid.
“We zijn er trots op dat het gebouw na al die jaren nog steeds klopt,” zegt hij. “De mix is sterk, het geheel blijft uitnodigen en het voelt nog steeds relevant. Dat bereik je alleen door te blijven vernieuwen.”
Dat vernieuwen gebeurt nu gerichter dan vroeger. Waar de woonmall ooit landelijke campagnes draaide, richt de strategie zich nu op omliggende wijken en de regio. “We hebben die cirkel bewust kleiner gemaakt,” zegt Breedveld. “Daar zit onze kracht.”
Een gebied dat blijft bewegen
De komende jaren wordt er verder gewerkt aan vergroening buiten, een betere entreebeleving en een bredere functie voor de mall. Maar volgens Breedveld is het belangrijkste al bereikt: een gezamenlijke koers.
“Het mooie is dat we weten waar we naartoe bewegen,” zegt hij. “We hebben een stevige basis, maar we zijn nog niet klaar. En dat is precies waar een vitaal kerngebied over gaat: blijven bewegen, blijven ontwikkelen, blijven samenwerken.”
Hoe hij de vernieuwde woonmall het liefst omschrijft? “De plek waar je voor je huis komt, maar waar je blijft voor de sfeer.”