Data Safe House

  • Inhoudstype:
    • Interview
  • Thema’s:
    • Smart Energy Systems
© Eric Bakker

Met het Data Safe House wordt de toekomstige infrastructuur voor duurzame energiedragers in kaart gebracht. De onderneming heeft medio 2022 de SES-subsidie toegekend gekregen om dit project verder uit te werken. “Nieuwe infrastructuur is noodzakelijk om de veranderslag te maken naar een duurzaame industrie.”

De ontwikkeling van het Data Safe House begint bij een dringende vraag uit het Klimaatakkoord. Er moet 20 megaton CO2 gereduceerd worden in de industrie, en de infrastructuur die daarvoor nodig is mag geen belemmering zijn. “Als de industrie wil verduurzamen, dan zijn er andere energiedragers nodig, zoals zonne- en windenergie en waterstof. Dat vraagt om uitbreiding van de infrastructuur en in sommige gevallen om volledig nieuwe kabels en leidingen”, legt manager Wiebe Buist uit.

Tegelijkertijd speelt er een andere opgave. De partijen die de infrastructuur aanleggen, zijn de landelijke en regionale netbeheerders, zoals Gasunie, Stedin en TenneT. De communicatie tussen de netbeheerders en de industrie verloopt niet altijd soepel. Buist: “Daarom is er door voormalig minister Wiebes van Economische Zaken een Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) ingesteld. Een van de aanbevelingen van deze Taskforce om de communicatie tussen de partijen te verbeteren, was een safehouse voor de uitwisseling van betrouwbare data.”

Uitwisselen van concurrentiegevoelige informatie

Het Havenbedrijf en Deltalinqs werden de voortrekkers van deze aanbeveling. In samenwerking met de betrokken partijen vanuit industrie en netbeheerders, legden ze de basis neer voor het Data Safe House. “Inmiddels is het een onafhankelijke stichting. Alle partijen die data willen uitwisselen of ontvangen, sluiten met de Stichting Data Safe House Rotterdam een contract af. Een geheimhoudingsverklaring is onderdeel van dit contract.” Dat is belangrijk, want veel van de verduurzamingsplannen zijn concurrentiegevoelig. Buist: “Je wil niet dat jouw plannen bij iedereen terechtkomen. Tegelijkertijd wil je de juiste partijen al in een vroeg stadium informeren, want infra aanleggen duurt ontzettend lang. Het kan zo’n 8 tot 10 jaar duren om een nieuwe elektriciteitsleiding aan te leggen, onder meer vanwege vergunningen.”

Hoe en welke data precies wordt gedeeld en met wie, dat wordt met alle industriële partijen afgestemd binnen de Data Board, één van de organen van de Stichting. Buist zorgt ervoor dat de discussie goed verloopt en dat de afspraken helder zijn. Ook valideert hij de projectvoorstellen voor verduurzaming vanuit de industrie. “Dat gaat meestal over zoveel afname aardgasverbruik en zoveel toename groen elektriciteitsverbruik, wat leidt tot een bepaalde forecast. Ik controleer of dat realistisch is en stuur het daarna door naar een netbeheerder, die deze data mag inzien op basis van gemaakte afspraken.”

Proactieve investeringen

Het Data Safe House maakt als centraal loket de uitwisseling van betrouwbare informatie makkelijker en sneller. Er wordt proactief geïnvesteerd, met als gevolg dat de verduurzaming sneller verloopt. De subsidie wordt besteed aan de ontwikkeling van een applicatie, het Data Safe House platform, waarin de daadwerkelijke uitwisseling van data plaatsvindt. De eerste tien partijen wisselen binnenkort hun data uit.  “We gaan testen of ons idee in de praktijk ook echt zo werkt.”

De interesse van andere industriële clusters in Nederland die ook een CO2 reductieopgave hebben, is gewekt. Ook het ministerie van Economische Zaken volgt de ontwikkelingen op de voet. Buist: “Rotterdam is koploper. We zijn de eerste die dit aanpakken. Als het goed werkt, kan het gekopieerd worden in andere clusters of in andere sectoren.”

Deel deze pagina