Ron de Jong: Een rasoptimist, op zoek naar een olievlek

  • Inhoudstype:
    • Interview
  • Thema’s:
    • Horeca
Ron de Jong in de Gele Kanarie. Foto: Levien Willemse

Ondernemer, voorzitter van twee BIZ’en, en een echte horecatijger. Ron de Jong is geen onbekende binnen de Rotterdamse horeca. Hij doet ‘alles op gevoel’, is een optimist en houdt van ontwikkeling. Wat bracht hem naar de Maasstad? En hoe ziet de toekomst van horeca er uit? We spraken hem in één van zijn zaken, de Gele Kanarie.

Naar Rotterdam

‘In 1997 ben ik zelfstandig gaan ondernemen in Capelle aan de IJsel. Samen met een goede vriend ben ik toen eetcafé ‘De Tijd’ begonnen. Dat was een succes, met name door het concept en onze geschiedenis in Capelle. In 2002 ben ik via-via op het Westelijk Handelserrein terecht gekomen. Toentertijd was dat gebied een hotspot voor uitgaan in Rotterdam. De locatie bestond uit twee lagen, boven en beneden. Beneden, in ‘de kelder’, was een locatie vrij, daar ben ik begonnen. Om inspiratie op te doen ging ik naar steden als London en New York. Wat ik daar tof vond was dat er horecazaken waren waar je lekker kon eten, maar er ook een DJ stond te draaien. We kennen dit concept nu als ‘lounge’, dat was toen uniek voor Rotterdam. Waar ik geen rekening mee had gehouden was het seizoen waarin we begonnen. Het was lente en in de avond bleven mensen langer buiten. In de zomer werd duidelijk dat de timing ongelukkig was, we kregen weinig bezoek. Dat was schrikken. Alles wat ik had opgebouwd in vijf jaar leek als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Ik had wel vertrouwen dat het alsnog een succes kon worden, dat bleek gelukkig te kloppen. In de winter liep het storm en werden we mega populair. De locatie, de muziek, de cocktails, alles werkte. Niet lang daarna zijn we ‘Smaak’ begonnen op de boven locatie. In 2006 werd ik getipt over een plek op de Pannenkoekstraat, daar zijn we met ‘Level’, begonnen, een hoogwaardige cocktailbar. In 2010 werd er een pand aangeboden op de hoek van de Schiedamsevest en de Witte de Withstraat. Dat hebben we compleet omgetoverd tot een volwassen uitgaansgelegenheid, Blender. Dat was een enorme hit. Het trok ook een ander publiek naar de Witte de Withstraat. In 2014  zijn we begonnen met ‘Bokaal’ in de oude Rembrand (café). Dit was de tijd waarin speciaalbier steeds populairder werd. Met het aanbod, het mooie zonnige terras  was, en is het een groot succes en momenteel de moeder van de bedrijven die we hebben. Na Bokaal werd er een locatie aangeboden in het oude Fortis gebouw, daar zijn we Weena gestart. De inspiratie hiervoor kwam uit de Bank District in London. Daar was het met name druk op doordeweekse dagen, in het weekend was de horeca daar dicht. Vanaf dag één was het druk bij Weena, je mag het best een schot in de roos noemen. De Gele Kanarie (waar dit interview plaatsvindt) heeft ook een mooi verhaal. De voorheen -vervallen- computerzaak is in overleg met de Gemeente én bewoners omgetoverd tot  een ware trekpleister.‘

De eerste twee weken hadden we denk ik 20 kop-staart botsingen

‘De avondzon zorgt voor een aantrekkelijk verblijf op het terras. Toen we zomer 2018 openden hadden we de eerste twee weken denk ik 20 kop-staart botsingen: het terras zat opeens vol. Het is van een dooie hoek, een levendig gebied geworden. Dat maakt mij als ondernemer trots en is het mooie van Rotterdam. De kansen die de stad (en ook de Gemeente) biedt heeft Rotterdam echt op de kaart gezet. We zijn er nog niet hoor, met name Zuid en West verdienen meer aandacht.’

Samenwerken en ontwikkeling

‘Ik ben een optimist en probeer overal kansen te ontdekken. Kijk naar Noord, waar het Noordplein een paar jaar geleden vrijwel uitgestorven was. Als je nu kijkt, met Containerbar en de ontwikkeling van de wijk, zie je de potentie in de wijk. Het is mooi dat zelfs burgermeester Aboutaleb er trots op is en deze creatieve initiatieven stimuleert. Ik geloof meer in een natuurlijke ontwikkeling dan specifiek ontwikkelgebieden aanwijzen. Het kan wel, maar kleine initiatieven zorgen voor een olievlek effect: Het zorgt voor gezelligheid, levendigheid én meer spontane  loop-en fietsbewegingen in de stad. Van oudsher is Rotterdam een typische ‘auto stad’, dat zie je ook in de infrastructuur. Juist door unieke ondernemers die kansen zien is hier verandering in gekomen. Wijken komen tot leven en het wordt veel prettiger om van straat naar straat te wandelen. Daarbij zijn een goed sfeer, beleving én product natuurlijk essentieel. Betrokkenheid bij en met de buurt speelt hierin een grote rol. Horeca wordt natuurlijk snel geassocieerd me overlast. Maar het biedt ook kansen voor de bewoners. Bij Bokaal adverteerden makelaars met foto’s van ons terras. Nieuwe huiseigenaren vonden het terras juist een fijne aanvulling op hun kleine (balkon). De wisselwerking tussen ondernemers en publiek creëert veel meer verbinding binnen de buurt. Ik probeer in mijn rol als voorzitter van twee BIZ’en de buurt mooier en leuker te maken. Het is fijn dat we zelf met ideeën kunnen komen en de Gemeente dit -financieel- faciliteert. Minder regeltjes en meer ruimte voor samenwerking, ik vind dat goed. Inmiddels hebben we een enorme achterban. Dat zorgt er voor dat er een ‘buzz’ ontstaat zodra we iets opstarten, dat is een voordeel. Het voordeel van een starter is dat íe écht wat out of the box kan doen. Je wordt altijd vergeleken, dus je moet jezelf altijd minimaal evenaren. Ik hou van ontwikkeling, kansen pakken en iets doen waar ik écht achter sta.’

Team en netwerken

‘Een goed team is enorm belangrijk, samen met hen (en de compagnons) proberen we de stad mooie horeca te bieden.  Mijn compagnons zijn daarin enorm belangrijk, Dave Heinen, Eelco Straathof en Franky Dros. Samen vormen we een team. Daarnaast vormen zij ook de link naar het personeel. Ik voel me nog altijd 30 *lachend* maar dat ben ik niet meer. Maar ik wil wel mee gaan met de tijd en de doelgroep. Ik zoek daarom echt mensen om me heen om met elkaar die elkaar aanvullen om samen wat moois te bouwen. Je kan zeggen dat ik wat dat betreft geen ‘typische’ ondernemer ben. Ik ventileer graag en hou ook van sparren. Ik geloof ook in mensen zonder ‘track- record’. Bij banken en bijvoorbeeld de gemeente moet vaak meteen laten zien wat je gepresteerd hebt voor je vertrouwen krijgt. Dat vind ik soms wel een jammer. Zonder kansen kunnen mensen zich nooit waarmaken.

‘Zonder kansen kunnen mensen zich nooit waarmaken.’

Netwerken en informatie vergaren vind ik erg belangrijk. Niet met trainingen of cursussen, maar vooral met mensen in contact zijn. Van 2012 tot begin 2022 zat ik in het bestuur van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) in Rotterdam. Daardoor had ik veel contact met wethouders en gemeenteraadsleden. Ik merkte toen hoe belangrijk onze (vanuit de horeca) input is. Samen maken we de stad, het is belangrijk om daar bewust van te zijn. Het belang om vanuit de (nacht)horeca informatie te delen met beleidsmakers is groot. Dan kunnen wij onze visie en behoeften delen. Zo zou ik graag andere sluittingstijden zien in de nacht, geen 24-uurs vergunningen, maar om 4, of 5 uur. Als we als horeca meer vertrouwen en vrijheid krijgen kan de stad hier van mee profiteren. Horeca maakt de stad aantrekkelijk, dat is ook goed voor het toerisme. Ik hou van groei en iets neerzetten waar mensen blij van worden. Ik zie dat horeca steeds belangrijker gaat worden in de toekomst, ook in het coalitieakkoord. Horeca functioneert steeds meer als een ontmoetingsplek waar mensen zich thuis voelen. Daar zijn wij voor: om mensen te verbinden.

Ook een goed verhaal? Dan zoeken we jou!

Bij Ondernemen010 zijn we altijd op zoek naar verhalen uit onze mooie stad. Rotterdamse ondernemers met een ‘goed verhaal’, dat als inspiratie voor andere ondernemers kan dienen, vertellen op onze website en socials hun verhaal. Zo maken we het samen in Rotterdam. Heb jij of ken jij een Rotterdamse ondernemer met een goed verhaal? Denk jij dat je andere ondernemers kunt inspireren en verder kan helpen? We komen graag met je in contact! Meld je aan via ondernemen010@rotterdam.nl.

Deel deze pagina