Foto: Peter Schmidt

Zes hindernissen op de weg naar een nieuw mobiel netwerk

Vertalen

Translate

Use Google to translate this website. We take no responsibility for the accuracy of the translation.

Een kleine technologische revolutie wordt het genoemd, het nieuwe mobiele netwerk 5G. Dit netwerk levert niet alleen sneller internet op.

Het maakt ook een wereld mogelijk waarin je via je mobiel vanuit de supermarkt kunt checken of er thuis nog melk in de koelkast staat, de koffiemachine vast opwarmt zodra je de sleutel in het slot steekt en je zelfrijdende auto een parkeerplekje gaat zoeken. Er zijn echter nog hindernissen te nemen voor er een landelijk netwerk is dat dit allemaal mogelijk maakt.

1. De ondergrondse infrastructuur moet worden aangepast

Voor het nieuwe mobiele netwerk zijn meer antennes, ook wel small cells genoemd, nodig om overal in Nederland bereik te hebben. Ze kunnen opgehangen worden aan lantarenpalen of bushokjes, moeten vervolgens allemaal worden aangesloten op glasvezelkabel en van stroom worden voorzien. “Elke provider wil zijn eigen netwerk met kabels en antennes aanleggen. Dat moet je goed plannen om de graafwerkzaamheden zo veel mogelijk te combineren, zodat overlast voor bewoners zoveel mogelijk beperkt wordt”, aldus Jarno Hazekamp van de gemeente Rotterdam. “Het is vervelend als de straat vier keer open moet.”

2. Liever geen wildgroei van antennes in het straatbeeld

Deze ‘small cells’ zijn niet bepaald onzichtbaar met afmetingen tot wel 50x50 cm. Hier zit een spanningsveld tussen de telecomproviders en gemeenten volgens Hazekamp. “Als stad wil je dat het er netjes uitziet. De telecomproviders willen het liefst snel en goedkoop het netwerk aanleggen. Maar mooier is vaak duurder.” Ook kan de discussie gaan over de locatie van de opstelpunten waar de antennes aan worden opgehangen.

3. Wie zorgt voor het beheer en onderhoud van de antennes?

Om de antennes op te hangen aan lantarenpalen en bushokjes is toestemming nodig van de gemeenten en de providers moeten hier veel vergunningen voor aanvragen. Er wordt ook nagedacht over mogelijkheden om de antennes ín de lichtmasten te verwerken. Als er meer techniek in deze objecten wordt aangebracht, moeten de onderhoudsmonteurs daarvoor worden bijgeschoold.

4. De landelijke gebieden willen ook meedoen

In dunbevolkte gebieden zijn de aanlegkosten per inwoner namelijk relatief hoog. Het programma 5Groningen grijpt het nieuwe 5G- aan om de regio aantrekkelijker te maken voor bedrijven en de leefbaarheid te vergroten. Er wordt onder andere geëxperimenteerd met zelfrijdende busjes en ondergrondse sensoren, waarmee boeren preciezer kunnen bepalen wat hun gewas nodig heeft. Het succes is uiteindelijk afhankelijk van of er commerciële partijen willen investeren in de doorontwikkeling van de producten.

5. Vergeet de menselijke component niet

Een aantal technische toepassingen van 5G vraagt veel van de mensen die ermee moeten werken. Zo wordt er in een pilotproject van 5Groningen en de TU Eindhoven geëxperimenteerd met een hoge resolutie videoverbinding tussen de ambulance en het ziekenhuis om het mogelijk te maken op afstand een arts uit het ziekenhuis mee te laten kijken. Diagnostiek en behandeling kan dan al worden gestart nog voor de patiënt in het ziekenhuis is gearriveerd. Dat vraagt om training van de ambulanceverpleegkundigen die tijdens de rit met de patiënt, de chauffeur en de arts in het ziekenhuis moet communiceren.

6. Hoe zit het met het gezondheidsrisico?

Er is een groep bewoners die zich zorgen maakt om mogelijke gezondheidsrisico’s van 5G-straling. Er is geen overtuigend wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen straling en gezondheidsklachten, maar uitsluiten kunnen wetenschappers het ook niet. Gedoseerd een technologie invoeren en tegelijkertijd onderzoeken wat de positieve en negatieve effecten zijn, biedt de mogelijkheid om aan de ene kant de technische ontwikkeling niet onnodig te remmen. Want dat kan juist ook risico’s opleveren.

Het nemen van de hindernissen

Het huidige antenneconvenant, waarin afspraken zijn vastgelegd tussen het ministerie van Economische Zaken, de telecomproviders en VNG over plaatsing van antennes, loopt eind 2019 af. Tegen die tijd worden ook de eerste frequenties van het 5G-netwerk geveild. Voor deze frequenties voldoen de bestaande antennes voorlopig nog. Er zijn op dit moment weinig apparaten die überhaupt 5G kunnen ontvangen. En de meeste toepassingen waar je 5G voor nodig zal hebben, moeten nog worden bedacht volgens Hazekamp, die het landelijke proces nauwgezet volgt. Er is dus nog tijd om de hindernissen zorgvuldig en weloverwogen te nemen.

Deze tekst is een ingekorte versie van het artikel door Yvonne Vendrig.